Hij heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om in Jezus Christus zijn kinderen te worden.
Efeziërs 1:5
Dag 15: Gods gezin
Wij zijn geschapen om deel uit te maken van Gods gezin op aarde. Het is belangrijk om dat opnieuw tegen elkaar te zeggen. Want we leven in een individualistische cultuur waarin we zomaar langs elkaar heenleven, ook in de kerk. Maar dat heeft God nooit gewild. Al in de eeuwigheid heeft Hij ons ertoe bestemd om in Christus verbonden te zijn met elkaar. Als kinderen van één Vader, als broers en zussen van Gods Zoon. Jezus’ uitspraak dat we weer moeten worden als kinderen betekent ook: elkaar zien en liefhebben en aanvaarden als broers en zussen.
God wil een gezin en Hij heeft mij geschapen om daar deel van uit te maken.
God houdt van relaties. Hij verlangde naar een gezin, niet omdat Hij zich eenzaam voelde maar omdat Hij het graag wilde.
Wanneer je in Christus gaat geloven dan wordt God je Vader en jij Zijn kind. Dan worden andere gelovigen broers en zussen en wordt de gemeente dus je geestelijk gezin.
De enigste manier om in het gezin van God te komen is geloven in Jezus Christus en om wedergeboren te worden. Het geestelijke gezin zal altijd blijven bestaan in tegenstelling tot ons aardse gezin (scheiding, ouderdom, dood)
Als je deel uitmaakt van het gezin van God zul je een erfenis ontvangen. Wat is die erfenis:
-
We zullen voor altijd bij God zijn.
-
We zullen volledig worden veranderd en op Christus gaan lijken
-
We zullen verlost worden van alle pijn, van dood en van lijden.
-
We zullen onze beloning krijgen en een plek toegewezen om te gaan dienen.
-
we zullen delen in de heerlijkheid van God.
Deze erfenis kan ons nooit worden afgenomen, is eeuwig en onaantastbaar. Ze verliest nooit haar waarde.
Met de doop maken we duidelijk dat we deel uitmaken van het gezin van God.
Deze doop symboliseerd dat ik gestorven ben aan mijn oude leven. De dood en de opstanding van de Here Jezus. Ik mag een nieuw leven ingaan.
